RAUM - De Straat - 2506 - LR034
NK_WEB_250712-6973
RAUM - De Straat - 2506 - LR000
NK_PRINT250823-98
artikel

Co-creatie als sociale lijm

Met kunstproject De Straat zocht RAUM vorig jaar samen met vijf communities en kunstenaar en architect Elin Strand Ruin naar het thuisgevoel. Dit jaar bouwen we door op dat concept. Want de vraag blijft relevant wat er nodig is om ook op onze straten ongedwongen ontmoetingen tussen verschillende mensen plaats te laten vinden. 

Vorig zomer verrees op het Berlijnplein een bijzondere constructie, opgetrokken uit steigers en ingericht met zitjes, bedden, een keuken, tafels en stoelen. Het ontwerp was onderdeel van het community- en kunstproject De Straat, een samenwerking van RAUM met de Zweedse architect en kunstenares Elin Strand Ruin. Vijf verschillende communities waren vanaf het begin betrokken en creëerden in deze installatie een tijdelijke thuis.

Waarom een straat? 

Jorne Visser is programmamaker bij RAUM en werkte samen met Elin aan het project. ,,Een straat is een herkenbaar archetype: en het is vaak intiemer dan een plein. Je straat bepaalt of jij je thuis voelt. Het is informeel en heeft een menselijke schaal. Hier ontmoet je de buren en sta je in contact met de rest van de stad. In verschillende culturen is de straat een plek waar men elkaar ontmoet om samen iets te drinken of samen te eten, waar verhalen verteld worden of waar politieke discussies plaatsvinden.’’

Elin Strand Ruin

De Zweede ontwerper Elin Strand Ruin zet in haar werk gemeenschappen centraal. Samen met verschillende groepen maakt ze ontwerpen die gaan over hoe we samen (willen) komen. Met die verschillende perspectieven, ideeën en achtergronden kneedt ze toegankelijke en menselijke ontwerpen. 

Co-creatie met communities

Om de straat op het Berlijnplein vorm te geven, liet Elin zich inspireren door Teatro Oficina in Sao Paolo Brazilië van de Italiaans-Braziliaanse architecte Lina Bo Bardi (1914 - 1992).  Elin: ,,In onze straat kan van alles gebeuren. Mensen komen samen, ze eten samen, er is muziek, dans en theater. Het gaat, net als bij Bo Bardi, om het gemeenschapsgevoel dat in een straat ontstaat.’’  

Het ontwerp werd gemaakt van steigers en had twee verdiepingen met kamers. De kamers werden ingericht door co-creatie met actieve buurtbewoners, senioren, Marokkaanse Nederlanders,  queers en bezoekers van de Voorkamer. Iedere community ging in workshopshops aan de slag met Elin en Jorne om de vraag ‘Wat is thuis voor jou?’ te onderzoeken. De uitkomsten, gevangen in stapels tekeningen van meubels, situaties en gewoonten die men van thuis kent, vormden de basis voor de inrichting van De Straat en voor de invulling van het programma.  

Elin: ,,Als je over thuis praat met mensen, gaat het uiteindelijk over het vinden van een representatie van thuis. Dat gaat deels over meubelen, maar vooral over gedeelde waarden waarin mensen hun thuis herkennen. Als je dat doorvoert in je ontwerp, ontstaan er plekken waar bijvoorbeeld Marokkaans-Nederlandse vaders op kinderen passen terwijl ze samen thee drinken in een keuken. Ze blijven daar zitten omdat ze zich prettig voelen en het er intiem genoeg is om er samen gesprekken te kunnen voeren.’’

Jorne: ,,Een aantal elementen uit het ontwerp en de gesprekken tijdens de workshops kwamen goed terug: de kamers. Sommige kamers hadden diverse functies. De queer gemeenschap wilde een plek waar ze zich konden terugtrekken, een kamer die veiligheid en de rust biedt van een slaapkamer.  Een plek waar je je om kunt kleden of kunt klaarmaken voor de avond. Deze kamer werd weer door anderen gebruikt als ruimte voor een make-up workshop of als kleedkamer voor een modeshow. Ook ouderen willen overigens meer afgesloten plekken waar ze zich deels kunnen terugtrekken, onder meer door gehoorproblemen of om even te kunnen rusten.

Vooral de manier van zitten en de manier van samenkomen leverden belangrijke inzichten op. Bij Marokkaanse Nederlanders bijvoorbeeld is het huis juist een plek die ze flexibel gebruiken en dus ook flexibel inrichten. Zo is een woonkamer overdag een ontvangstruimte en 's avonds weer een slaapkamer. In een grote kast zitten de meubels om de tuin of terras te kunnen omtoveren tot woonkamer.’’’

Elin: ,,Als ontwerper is het een interessant vraagstuk of je alleen een ruimte moet ontwerpen om samen te komen, en de communities de ruimte zelf cureren, of dat je alles cureert en zij alleen een rol spelen in het programma. Bij De Straat waren de communities ook eigenaar over het programma. Hierdoor ontstond juist een plek voor verschillende communities om elkaar te ontmoeten. Door ruimte te creëren, om samen te zoeken naar common grounds, ontstaat er een gemeenschapsgevoel.’’

Verbinding communities

Gedurende de zomer organiseerden de communities straatfeesten waar ze de hele stad uitnodigden aan deel te nemen. Er werd gedanst en actie gevoerd, Eid al-Adha werd gevierd, er waren bbq’s en een open grill, er werd bingo gespeeld en collectief kunst gemaakt. Jorne: ,,Op de verschillende feesten kwamen ook mensen langs die niet onderdeel waren van de betrokken communities. En betrokken communities bezochten soms ook elkaars straatfeest. Zo ontstond er uitwisseling tussen verschillende leefwerelden.’’ 

Toch blijft het lastig om verschillende groepen samen te brengen.  Jorne: ,,Eerst moet een groep zich überhaupt welkom voelen op een plek. Dat kan alleen als zij hun eigen wensen en behoeften terug zien op de plek en in het programma. Het kost tijd om te laten zien dat ze gehoord en gezien zijn en zo samen aan vertrouwen te bouwen. Zeker als je met groepen werkt voor wie samenkomen in de publieke ruimte gevoelig ligt, zoals de queer gemeenschap. Voor hen moet je eerst ruimte bieden aan hun verhaal. Dan kan het nog niet direct gaan om de verbinding tussen leefwerelden. Daarmee zou je namelijk belangrijke stappen voor het creëren van een ‘sense of belonging’ overslaan’’

De Straat 2026

Dit jaar komt De Straat, in een iets gewijzigde opzet en zonder het ontwerp van Elin, terug in het zomerprogramma van RAUM. De lessen van vorig jaar zijn daarin meegenomen. Het leidde tot negen straatfeesten vanuit zeven verschillende communities onder de noemer StraatFest. 

Jorne: ,,De les van vorig jaar is onder meer hoe belangrijk het is dat mensen zich  eigenaar voelen van een publieke ruimte: dat ze die kunnen inrichten zoals zij zelf willen. Verschillende ruimtelijke interventies op het plein gaan daaraan bijdragen. Zo zijn er karren vol stoelen en lichte meubels die mensen zelf kunnen pakken. Dan kunnen mensen de plek zelf inrichten op een manier waarin zij zich thuisvoelen. Hiervoor is ook gekeken naar het soort stoeltjes waar mensen zich in herkennen. Daarbij blijkt vooral de iconische witte plastic stoel door alle communities genoemd te worden. Dus die zitten er bij. Maar er zijn juist ook hoge én lage zitjes, kussens en kleden. We hebben ook andere interventies toegevoegd om de ruimte meer flexibel te kunnen inrichten. Er is een tweede podium ontworpen dat ook als vier losse delen te gebruiken is. Deze kunnen achter elkaar gezet worden  om een catwalk te creëren, of als vier losse plekken om op te eten of in te richten als lounge. Het zorgt voor een speelsheid in de publieke ruimte waar iedere gemeenschap iets mee kan. 

Dit jaar werken we weer samen met dezelfde groepen van vorig jaar. Met twee nieuwe organisaties: Kumpuland, die zich inzet voor de viering van de Indische en Molukse gemeenschap in Utrecht vertegenwoordigd) en Noble Goods Co. die de rijke streetculture van Utrecht laat zien. 

Alle zeven groepen organiseren hun eigen StraatFest om hun leefwereld te laten zien. In drie co-creatie sessies bepalen zij, samen met RAUM, hun ideale invulling om de straat op het Berlijnplein om te toveren tot een bijzondere wereld gevuld met streetfood, straatartiesten, performances, bbq’s, spelletjes en meer. StraatFest laat de diversiteit van de stad Utrecht zien. Samen geven zij een nieuwe invulling aan het straatleven in de stad. Het is een uitnodiging en handreiking van de groepen aan de stad om hun leefwereld weer beter te leren kennen.’’

Gepubliceerd op: 09/06/2026

Geschreven door: Nynke van Spiegel