
Het lijkt wel of we dankzij maatschappelijke ontwikkelingen en het politieke klimaat vaker lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Voor RAUM en voor veel mensen die werken in het publieke domein is daarom een van de belangrijke vragen van deze tijd: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we niet nog verder vervreemden van elkaar?
»Bekend kan bemind maken, mits er sprake is van een gelijke status, een gemeenschappelijk belang of doel en een zekere mate van wederzijdse waardering«
Bij RAUM gebruiken we de term ‘vertrouwde vreemden’ om te omschrijven wat voor soort contact we willen aanjagen in de publieke ruimte, zoals op ons plein. Sociaal psycholoog Stanley Milgram gebruikt deze term om te beschrijven wat er gebeurt tussen mensen die elkaar vaker tegenkomen. Dan ontstaat namelijk een vorm van contact dat tussen anoniem en vriendschap in zit: je herkent je in elkaar. Dit contact is belangrijk want het zorgt voor het verminderen van vooroordelen, onzekerheid en angst, aldus de zogenaamde contacthypothese van psycholoog Gordon Allport. “Bekend kan bemind maken, mits er sprake is van een gelijke status, een gemeenschappelijk belang of doel en een zekere mate van wederzijdse waardering.”
In onze programma’s werken we daarom aan verschillende manieren om te blijven leren hoe mensen vertrouwde vreemden kunnen worden: een markt, samen spelen of in gesprek. Hapklare oplossingen zijn er niet, maar wel veel ideeën en onderzoeken om te helpen ontmoeting te stimuleren. Die passen we op verschillende manieren toe op ons plein en in onze organisatie.
Hoe en waar ontmoet je elkaar?
Vooral lichte en losse verbanden bieden in cultureel diverse omgevingen kansen om bruggen te slaan tussen verschillende groepen. Deze contacten gaan overigens niet over het hebben van grote overeenkomsten tussen mensen. “Het gaat meer over wat je (samen) doet, dan over wie je bent: het gaat meer over de activiteit, dan over identiteit”, aldus Gerben Helleman, onderzoeker aan de Haagse Hogeschool.
Contact kan plaatsvinden in buitenruimtes als pleinen, parken en straten én semi-publieke binnenruimtes, zoals horeca, stations en cultuurgebouwen. Om die verbinding te laten ontstaan zijn vooral attente plekken belangrijk. Deze zijn fysiek laagdrempelig, uitnodigend voor iedereen - ongeacht iemands achtergrond en leeftijd – en in de ideale wereld zijn er mensen aanwezig die helpen om mensen met elkaar in contact te brengen.
“Wie streeft naar ontmoeting zou bij de inrichting van de stad vooral moeten werken aan multifunctionele ruimten waar verschillende mensen op hetzelfde moment verschillende dingen doen”, aldus Helleman. Het zijn ruimtes waar zowel gezamenlijke bijeenkomsten kunnen plaatsvinden als individuele ontmoetingen en waar (lang en kort) verblijf gestimuleerd wordt.
De placemaking pioniers van Project for Public Spaces uit New York hebben het over de ‘Power of 10+’: “Idealiter zou elke plaats tien activiteiten moeten bieden. Deze kunnen variëren van eenvoudige activiteiten, zoals wandelen of van de zon genieten, tot activiteiten die meer organisatie vereisen, zoals een ijsje eten of een concert bezoeken.”
Bij RAUM wandelen buurtgenoten over ons plein om van A (huis) naar B (winkelcentrum) te komen. We hebben een diversiteit aan zitmogelijkheden en speelaanleidingen, en we zorgen voor steeds meer groen om het verblijf aangenamer te maken. Sinds afgelopen jaar hebben we de Pleinotheek met onder andere een buurtuitleen waarmee mensen zelf kunnen beslissen hoe ze het plein willen gebruiken. Van speelgoed voor de kids, tot strandstoelen en boeken. Bovendien organiseren we jaarlijks zo’n 150 activiteiten: van kleinere workshops tot een festival voor 3.500 mensen als SOUK.
Emotionele veiligheid
Om je thuis te voelen in een ruimte is meer nodig dan alleen een fysiek veilige omgeving. Mensen willen zich allereerst niet bedreigd voelen in een ruimte, op wat voor manier dan ook. Ze willen plekken “waaraan ze kunnen aflezen dat het goed gaat met hun buurt', aldus onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS).
Naast een gezellige en aantrekkelijke uitstraling moet een plek ook gewoon goed onderhouden zijn. Vervolgens wil je dat de ruimte fysiek toegankelijk is voor zoveel mogelijk verschillende mensen. Zo zijn er voor veel mensen met een beperking, kinderen en ouderen vaak een diversiteit aan obstakels die het voor hen soms zelfs onmogelijk maken om gebruik te kunnen maken van een ruimte.
Wat echter vaak over het hoofd wordt gezien, is dat mensen zich ook emotioneel (voor zover dat mogelijk is in een publieke ruimte) veilig willen voelen. Vooral ondergerepresenteerde groepen hebben safe spaces nodig: plekken of activiteiten waar ze het gevoel hebben zichzelf te mogen zijn zonder oordeel. Bij RAUM hebben we bijvoorbeeld met en voor jongeren een ‘Hangout’ ontwikkeld en voor ouders van kinderen met een beperking creëren we prikkelarme ruimtes tijdens bepaalde activiteiten.
Om je ergens thuis te voelen is er nog een belangrijk aspect: representatie. Komen andere mensen zoals jij naar de plek, zijn ze daar welkom? Anders gezegd: is de ruimte leesbaar en herkenbaar voor verschillende groepen mensen? Volgens ons is het juist hiervoor cruciaal dat gebruikers kunnen meedenken met de vormgeving van een ruimte of een activiteit. Hoe zorg je er anders voor dat je weet wat een groep wil, dat een deel van hun identiteit, en hun vorm van thuis voelen, weerspiegeld wordt?
Zo hebben de ontwerpers van Kars + Boom de speelinstallatie ‘Straatscherm’ vormgegeven met 150 kinderen en werd SOUK georganiseerd met zo’n 15 organisaties uit Utrecht die zich verbonden voelen met de Arabische en Amazigh cultuur. Om zich thuis te voelen, zijn mensen overigens idealiter zelf eigenaar van de ruimte of een activiteit. Dan kunnen ze die naar eigen inzicht vormgeven. We zijn dan ook dankbaar voor de moestuin op ons terrein die door buurtbewoners bestierd wordt. En het is waarom we ‘Publiek Canvas’ aanbieden, waarin bewoners hun eigen activiteiten kunnen organiseren op het plein.
Dit artikel is een samenvatting van het essay Hoe maken we ruimte om vertrouwde vreemden te worden, geschreven door Donica Buisman.
Het essay kun je in zijn geheel lezen in ons RAUM magazine: Vertrouwde vreemden
In het verhaal leunen we op onderzoek en publicaties van Kennisplatform inclusies Samenleven (KIS).
Speelse inrichting
Volgens socioloog Richard Sennett is “een ruimte die het speelse en kwetsbare in jong en oud naar boven haalt, die ons triggert om te experimenteren en nieuwe ervaringen op te doen” essentieel in onze steden. Alleen dan kunnen we volgens hem uit de dagelijkse tredmolen van het leven stappen en ons openstellen om met anderen in contact te komen. Diverse theoretici benadrukken bovendien het belang van spelen om ons te uiten, en te laten zien wie we zijn. Jezelf laten zien is een belangrijk aspect in het leggen van contact.
Terwijl steeds meer publieke ruimtes zogenaamde tight spaces zijn, heb je hiervoor nu juist loose spaces nodig. Het zijn ruimtes die ingericht zijn (met ontwerp, (kunst) installaties, interventies, attributen of activiteiten) zodat mensen deze naar eigen inzicht kunnen gebruiken en veranderen. Neem losse stoelen in een park: jij bepaalt waar je ze neerzet, voor hoeveel mensen en of je zon of schaduw wilt. We stimuleren bij RAUM, met interventies als Soft Spot en activiteiten als Spielerij, vooral play. We proberen bezoekers iets te laten doen dat tegen hun dagelijkse gedrag ingaat, zoals de volwassenen die afgelopen zomer bij ons potjes kwamen apenkooien op het plein.
Voor alle vormen van het inrichten en activeren van ruimtes geldt dat het maatwerk is. Zit je in het centrum of aan de buitenranden van de stad, maak je deel uit van een homogene of diverse buurt, is het een plein of een buurthuis? En sowieso: wie zijn de mensen die je bij je plek wil en moet betrekken, en wat willen zij?
Het is niet makkelijk om betekenisvolle ontmoeting te faciliteren en tegelijkertijd is er maar één manier om uit te vinden wat bij jou werkt: gewoon doen, continu blijven leren en op basis hiervan je plek beter maken.
Gepubliceerd op: 02/02/2026
Geschreven door: Donica Buisman